Er zijn bijzonder weinig bedrijven met een geschiedenis die 450 jaar teruggaat. Noord Natie is zo’n uitzondering. Het is de oudste nog bestaande natie in de Antwerpse haven. Vandaag is Noord Natie een internationale logistieke holding, gespecialiseerd in de opslag en distributie van vloeibare bulkgoederen, voornamelijk chemicaliën, glycolen en basisolie. In de afgelopen tien jaar investeerde het bedrijf maar liefst 350 miljoen euro in zijn site.
Noord Natie is officieel geregistreerd sinds 1865, maar in de stadsarchieven vinden we teksten die veel verder teruggaan,” vertelt sitemanager Sven Van Assche. “Daarin is sprake van ‘Noordmannen’, een verwijzing naar de eerste activiteiten waarbij vooral goederen uit het Noorden werden gelost. Dat ging uiteraard om hout, maar ook om ertsen en vooral om het toenmalige zwarte goud: walvisolie. Die werd gebruikt als medicijn, maar ook als brandstof voor onder meer lampen. De producten werden hier op de natie opgeslagen en verder verdeeld. Dat laatste is vandaag nog altijd de kern van wat we doen, al gebeurt dat nu in een volledig modern kader.”
STERCK. Als we een flink stuk geschiedenis overslaan, komen we bij de belangrijke mijlpaal in 2002, toen jullie fuseerden met Hessennatie?
Sven Van Assche: “Onder impuls van Philippe van Gestel, onze CEO en één van de hoofdaandeelhouders, zijn toen inderdaad twee van de grootste naties gefuseerd. De ambitie was duidelijk: de grootste worden in containeropslag, een markt die op dat moment sterk boomde. Dat is bijzonder succesvol geweest en zo is ook PSA in beeld gekomen.
Zij hebben op een gegeven moment alle activiteiten overgenomen, met uitzondering van de terminal hier tussen het Vierde Havendok en het Leopolddok. Op deze site hebben wij resoluut gekozen voor een focus op bulkgoederen en vloeistoffen, en daarmee zijn we verdergegaan.
Er is de afgelopen 10 jaar ongeveer 350 miljoen euro geïnvesteerd in onze terminal.
Noord Natie was overigens al actief in vloeistoffen zoals vetzuren en plantaardige en dierlijke oliën, want de terminal zelf bestaat sinds 1950. We hebben ons nooit gericht op klassieke brandstoffen, zoals andere spelers dat doen, maar kozen bewust voor specialisatie in een nichemarkt. Die strategie heeft ervoor gezorgd dat onze volumes sterk zijn toegenomen.”
IN CIJFERS
- 2,5 km kaaimuur
- 60 miljoen euro omzet terminal
- 120 werknemers, 45 Noordnatiestatuut, 75 CEPA of havenarbeiders
- 250 opslagtanks
- 400 miljoen euro omzet totale groep
- 500.000 m3 tankopslag
Noorse connectie
STERCK. Intussen dragen jullie ook voluit de naam Noord Natie Odfjell Antwerp Terminal?
Van Assche: “Odfjell is een internationaal opererend Noors bedrijf, gespecialiseerd in het scheepstransport, maar eveneens in opslag en handling van chemicaliën en andere vloeibare bulkproducten, voornamelijk met grote tankers. Zij verzorgen wat wij de Atlantic Bridge noemen: de aanvoer van producten vanuit Noord- en Zuid-Amerika naar Europa. Die goederenstroom staat vandaag wat onder druk door de verhoogde importtarieven onder Trump, maar blijft strategisch erg belangrijk. Odfjell heeft een participatie van 25% in Noord Natie. Dat betekent dat we voor strategische dossiers en grote investeringen nauw met hen overleggen. De overige aandelen zijn van oudsher in handen van een aantal Vlaamse ondernemersfamilies die bewust low profile blijven.”
350 miljoen euro investering
STERCK. De afgelopen jaren hebben jullie bijzonder zwaar geïnvesteerd?
Van Assche: “In de voorbije tien jaar is er ongeveer 350 miljoen euro geïnvesteerd in onze terminal. Dat is een uitzonderlijk groot bedrag. We hebben onze capaciteit uitgebreid met 200.000 m³ extra en hebben nu in totaal 500.000 m3. Onze strategische ligging is daarbij een enorme troef. We vormen hier als het ware een schiereiland, met in totaal 2,5 kilometer kaaimuur. De focus ligt daarbij op basisolie en gespecialiseerde chemicaliën die dienen als grondstoffen voor de chemische industrie.”
STERCK. Welke producten vertegenwoordigen vandaag de grootste volumes?
Van Assche:“Basisoliën zijn voor ons van cruciaal belang. Ze vormen de grondstof voor onder meer smeermiddelen, en die worden lang niet alleen in de auto-industrie gebruikt. Alles wat beweegt, heeft op een bepaald moment smering nodig: van fietsen over industriële machines tot toepassingen in de medische sector. Daarnaast zijn glycolen een belangrijk product. Dat zijn chemische basisgrondstoffen voor onder andere antivries maar ook de PET-industrie. Alles wat je wil koelen – van airconditioning tot warmtepompen – heeft die vloeistoffen nodig. Het gaat om zeer specifieke producten. Tot slot zijn er nog de chemicaliën die gebruikt worden in quasi alle sectoren zoals bij de productie van isolatiemateriaal, matrassen, stoelkussens of isolatie rond halfgeleiders, maar evengoed in de farmaceutica en geneeskunde, detergenten, verven, etc. Zonder chemie staat onze maatschappij stil. Zelfs voedselvoorziening wordt onmogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de folie waarin voedingsproducten worden verpakt. Je kan veel in vraag stellen, maar opslag en transport van voeding blijft noodzakelijk.”

STERCK. Jullie zijn in hoofdzaak een importeur?
Van Assche: “De producten die we opslaan en verdelen blijven altijd eigendom van onze klanten, ze worden meestal elders geproduceerd als basisproduct. Het gaat vaak om chemische nevenproducten zoals aceton, azijnzuur en gelijkaardige stoffen. Meer dan 50% wat hier vanuit de opslagtanks vertrekt, gaat richting buitenland. De Belgische industrie blijft zeer belangrijk voor ons. Het grootste deel vindt zijn eindbestemming binnen een straal van ongeveer 300 kilometer rond Antwerpen: België, Duitsland – met het Ruhrgebied –, Frankrijk en Luxemburg. Daarnaast bedienen we ook markten in Oostenrijk, Hongarije, Bulgarije, Italië en Spanje, al beschikken die laatste twee landen uiteraard ook over eigen zeehavens.”
Chemie onder druk
STERCK. De West-Europese chemische industrie staat vandaag zwaar onder druk door hoge energiekosten en strenge milieuregels. Welke invloed heeft dat op jullie activiteiten?
Van Assche: “We zien dat onze klanten het afgelopen jaar ongeveer 5% minder volume hebben gerealiseerd. Dat is op zich niet voldoende om vandaag te stellen dat ze minder tanks nodig hebben. Of er door onze tanks nu 10.000 m³ of 9.500 m³ roteert, die capaciteit blijft noodzakelijk. De impact blijft voorlopig dus beperkt. Maar als deze malaise aanhoudt, zullen sommige klanten het aantal tanks wel degelijk terugschroeven. Duitsland heeft in november een zeer belangrijke beslissing genomen door de energiekost voor de industrie met 70% te verlagen. Dat is nodig om hun industrie te redden. De motor van Europa sputtert en de energiekosten zijn te hoog, deels door de Europese milieuwetgeving. België is gevolgd door voor de komende drie jaar 900 miljoen euro vrij te maken om de energie-intensieve industrie te ondersteunen. Dergelijke maatregelen zijn broodnodig, maar de vraag blijft of ze volstaan.
Uiteraard streven we allemaal naar een meer duurzame economie. Die regels moeten er zijn. Maar rendabiliteit moet haalbaar blijven. Dat evenwicht is soms zoek. We investeren zelf elk jaar ongeveer 1 miljoen euro in de verduurzaming van onze activiteiten. Zo zijn we volop bezig met de elektrificatie van onze installaties. Veel producten die we opslaan, moeten worden verwarmd omdat ze bij lagere temperaturen bevriezen, stollen of viskeus worden. Vandaag doen we dat elektrisch; vroeger gebeurde dat met stoom. Elektrische verwarming kost echter ongeveer twee keer zoveel. In België is elektriciteit bovendien schaars en duur. Toch willen we absoluut toekomstbestendig zijn.”
Rendabiliteit
STERCK. Wat is voor jullie de grootste uitdaging?
Van Assche: “Rendabel blijven. Voor ons betekent dat zoveel mogelijk tanks verhuren en die zo optimaal mogelijk benutten. Je kan ons vergelijken met een hotel. Je huurt een kamer en betaalt daarvoor een vaste prijs. Als je daar geen extra services bij neemt, blijft het bij de huur. Maar zodra je ook gebruikmaakt van bijkomende diensten, zoals maaltijden of wasservice, komen daar extra kosten bij. Bij ons noemen we dat ‘handling’. Alleen al vorige maand hebben we gemiddeld 190 vrachtwagens per dag geladen. Dat zijn zeer veel handelingen. Op piekdagen loopt dat zelfs op tot 250 vrachtwagens.”
STERCK. Intermodaal transport blijft een heikel punt?
Van Assche: “We zetten daar bewust op in vanuit duurzaamheidsoogpunt en proberen zoveel mogelijk via het spoor te werken. We laden vandaag vijf keer zoveel treinen als vroeger. Toch blijft het complex. De klant moet daarin mee willen stappen en het spoor is niet altijd de meest efficiënte manier om de eindbestemming te bereiken. In bijna alle gevallen blijft er voor de last mile een vrachtwagen nodig. Bovendien is spoorvervoer vooral interessant voor zeer grote volumes. Het blijft duurder en de goederen zijn ook langer onderweg.”

STERCK. Wat moet er gebeuren om de volumes de komende jaren op peil te houden?
Van Assche: “We moeten als land onze zaken op orde krijgen. Met de meerjarenbegroting is alvast een voorzichtige stap gezet. Daarnaast moet Europa zich opnieuw positioneren op het wereldtoneel. We beschikken zelf nauwelijks over grondstoffen en zijn voor zowel energie als chemie grotendeels afhankelijk van import. Daardoor prijzen we ons uit de markt. Het is lovenswaardig om een trendsetter te willen zijn op het vlak van milieu, maar er moet een evenwicht zijn, en dat ontbreekt vandaag.
Zonder chemie staat onze maatschappij stil.
Ook de huidige geopolitiek speelt een belangrijke rol. Er is vandaag veel onzekerheid. Daarbovenop komt de oorlog in Oekraïne. We zijn groot geworden met het idee van ‘nooit meer oorlog’, maar dat is geen vanzelfsprekendheid meer.
Hopelijk raken deze spanningen de komende maanden opgelost. Hebben we die tijd nog? Het wordt spannend. Het is vijf over twaalf. Een volledige industrie verdwijnt niet van vandaag op morgen, maar eens dat gebeurt, keert ze niet meer terug.”
Bulk blijft toekomst
STERCK. Waar ligt voor Noord Natie de klemtoon in de komende jaren?
Van Assche: “We zijn nooit echt actief geweest in fossiele brandstoffen of klassieke energiedragers, die men vandaag probeert te vervangen door hernieuwbare alternatieven. Wij focussen enkel op producten waarvoor meestal energie nodig blijft om een eind- of tussenproduct te maken. Onze klanten bevinden zich in die eindproductie. Het gaat vaak om zeer grote producenten die hun goederen bij ons stockeren omdat ze niet afhankelijk willen zijn van leveranciers die al dan niet kunnen leveren. Zij kopen bulk in grote hoeveelheden en wij zorgen ervoor dat hun productie altijd kan blijven draaien.
Maar grotendeels werken we vooral met tussenpartijen die bij ons stockeren om door te verkopen aan producerende klanten. Op die klanten blijven we inzetten. Tegelijk zetten we het verduurzamingsproces verder. We zien wel toenemende concurrentie uit China, waar men met halfafgewerkte producten werkt, bijvoorbeeld bepaalde korrels die verder tot PET worden verwerkt. Zulke producten passeren onze terminal niet. Dat is een andere manier van aanlevering die we nauwlettend opvolgen. Maar bulk zal altijd blijven bestaan. Dat is en blijft onze toekomst.”
De holding boven Noord Natie Odfjell Antwerp Terminal is met Efico ook actief in de import en trading van koffie. De stockage daarvan gebeurt in Zeebrugge in speciaal daarvoor uitgeruste loodsen. Zusterbedrijf Silva doet vergelijkbare activiteiten maar dan met cacao. Ze dragen in belangrijke mate bij aan de groepsomzet van 400 mio euro.