Beringen is met meer dan 49.000 inwoners de derde grootste stad van Limburg. Met acht bedrijventerreinen speelt de stad ook op economisch vlak een centrale rol in Limburg. Al is dat misschien niet altijd even goed geweten. De verdere ontwikkeling van de voormalige mijnsite be-MINE moet Beringen de volgende jaren verder internationaal op de kaart zetten.
“Het is misschien minder bekend, maar na Genk heeft Beringen de grootste oppervlakte aan bedrijventerreinen in Limburg”, opent burgemeester Th omas Vints. “Poort West-Limburg, het vroegere Ravenshout, loopt deels over het grondgebied van Tessenderlo-Ham en is maar liefst 950 hectare groot. Beringen is de afgelopen decennia flink geëvolueerd. We zijn groot geworden rond één grote historische industriele speler: de steenkoolmijn. Die heeft gezorgd voor heel wat welvaart en voor veel gebouwen die vandaag nog altijd in onze stad staan. In de jaren 60 en 70 is gekozen voor meer diff erentiatie en de aanleg van een aantal eigen industrieterreinen. Na de sluiting van de mijn volgde een periode van grote werkloosheid. Maar als je vandaag naar de werkloosheidscijfers kijkt, doet Beringen het vrij goed in vergelijking met een aantal andere voormalige mijngemeenten.”
STERCK. Hoe komt dat?
Thomas Vints: “We zijn op een gegeven moment als stad zelf een aantal industrieterreinen gaan ontwikkelen. Hier lagen nog heel wat terreinen die we overgenomen hebben en zelf in de markt hebben gezet. Daardoor konden we ook mee bepalen welke industrie en welke spelers we aantrokken. In het begin is heel sterk ingezet op bedrijven die veel tewerkstelling boden, vaak ook voor lagergeschoolden. Daarbij zijn verschillende grote bedrijven uit de petrochemie naar Beringen gekomen, zoals Borealis en Chevron Phillips. Maar dat soort Sevesobedrijven brengt uiteraard ook bepaalde veiligheidsrisico’s met zich mee.
Vandaag moeten we daarom durven kijken naar bedrijven die misschien veel oppervlakte nodig hebben, maar soms misschien minder tewerkstelling bieden, zoals grote logistieke spelers. Er is heel veel vraag van dat soort bedrijven. Beringen heeft dan ook een bijzonder gunstige ligging, langs het kanaal en vlak bij twee autosnelwegen die onze stad bijna kruisen. Dan ben je vanzelf een belangrijke aantrekkingspool.”

Beschikbare bedrijfsgronden
STERCK. Zijn er sectoren die meer of minder vertegenwoordigd zijn?
Thomas Vints: “Eigenlijk is het een gemengd beeld. We zien wel een stijgende vraag naar kmo-units. Tegelijk willen we vermijden dat de ruimte voor economie, die heel schaars is, te veel versnipperd raakt. We leggen kmo-zones aan, maar stellen daarbij ook eisen, bijvoorbeeld op het vlak van minimumoppervlakte.”
STERCK. Is er nog ruimte beschikbaar?
Thomas Vints: “We hebben de laatste gronden van Poort West-Limburg tijdens de vorige legislatuur verkocht. Onder andere Mobis Parts Europe heeft zich daar als eerste gevestigd. Daarna zijn er mooie bedrijven bijgekomen, zoals Weerts, Baldewijns, Aertssen Group en Van Moer Group. Die laatste bedrijven zijn nog aan het bouwen. Er is nog 2,5 à 3 hectare beschikbaar voor logistieke activiteit. Die grond komt deze legislatuur nog op de markt, maar daarna is het op.
We zijn momenteel bezig met de opmaak van een beleidsplan ruimte, waarin ook economie een belangrijke plaats krijgt. Daarin bekijken we welke bijkomende economische ruimte we nog kunnen creëren. Anderzijds werken we met een verweefcoach, die kijkt hoe we het juiste bedrijf op de juiste plaats kunnen krijgen. We moeten ook kijken naar inbreidingsmogelijkheden, want die zijn er zeker nog. Daarnaast hebben we het RUP Kanaalzone, waar deze legislatuur nog bijkomende ruimte voor economische activiteit langs het kanaal wordt gecreëerd.”
Verweefcoach
STERCK. Wat is de functie van die verweefcoach?
Ornella Schreurs: “Onze dienst Ondernemen is behoorlijk groot en daar zijn we trots op. Onze verweefcoach krijgt momenteel heel veel vragen. Hij is een aanspreekpunt voor ondernemers, maar ook voor mensen die op zoek zijn naar een stuk grond, een hal of een magazijn. Alleen al vorige week kwamen er een tiental mails binnen van mensen die geïnteresseerd zijn om in Beringen te ondernemen of op regio — Beringen zoek zijn naar een geschikte locatie. Hij probeert hen te koppelen aan het juiste stuk grond of het juiste pand.
We waren ook een van de eerste gemeenten met een online inventaris waarin al onze bedrijventerreinen en de beschikbare gronden en panden zijn opgenomen. Dat is heel handig. Eén keer per jaar organiseren we bovendien een vastgoedforum. Daarbij brengen we notarissen, projectontwikkelaars en makelaars in contact met de stad en met ondernemers. Zo kunnen we bekijken waar we elkaar kunnen versterken.”
Thomas Vints: “Op het vlak van kmo en industrie zijn de mogelijkheden stilaan vrij schaars. Op het vlak van handel zijn die er wel nog.”
Handel en middenstand
STERCK. In welke mate kampen jullie met leegstand?
Ornella Schreurs: “De leegstand in onze stad was lange tijd vrij laag in vergelijking met Vlaanderen, maar het laatste jaar is die toch wat gestegen tot ongeveer 12 procent. Dat speelt zich vooral af in het centrum. We zijn een beetje een atypische stad omdat we vijf handelskernen hebben: Paal, Beverlo, Koersel, Beringen-Mijn en Beringen. Sommige daarvan doen het heel goed, zoals Paal en Beringen-Mijn. Maar door die uitgestrekte spreiding is het soms moeilijk om alle panden gevuld te krijgen.
Na Genk heeft Beringen de grootste oppervlakte aan bedrijventerreinen in Limburg.
We zijn recent gestart met het concept van starterspanden. We gaan aan eigenaars van leegstaande panden in het centrum vragen of ze het zien zitten om hun pand tijdelijk tegen een lager tarief te verhuren. Zo vermijdt de eigenaar een jaar leegstandstaks. Tegelijk is het een incentive om meer dynamiek te creëren in het centrum en helpen we starters om tegen een lager tarief te beginnen. Het is een win-win voor iedereen.”
STERCK. De detailhandel heeft het moeilijk door de evolutie naar digitaal. Wat kan je daar als stad aan doen?
Thomas Vints: “Enerzijds hebben we een dienst Ondernemen die helpt om vraag en aanbod met elkaar te matchen, bijvoorbeeld via een overzicht van leegstaande panden. Daarnaast proberen we in te zetten op kernversterking. Hoe meer mensen je op het vlak van wonen kan concentreren, hoe interessanter het wordt voor handelaars in die buurt. We hebben drie historische schoolsites in het centrum van Beringen, waar de scholen inmiddels verhuisd zijn, aangekocht en daar projecten van gemaakt. Een daarvan werd het nieuwe stadhuis, dat we bewust naar het centrum hebben gehaald. Zo creëren we hier meer passage. Inwoners die hier moeten zijn voor bepaalde documenten, pikken dan misschien ook een terrasje of een winkel mee.
Intussen zijn we ook klaar met het masterplan voor de Lutgart-site. We hebben die site eerst een tijdelijke invulling gegeven, waar ondernemers, verenigingen en creatievelingen een plek konden krijgen. Alle beschikbare ruimtes waren snel ingevuld. In de toekomst willen we daar naast wonen ook ruimte behouden voor ondernemen en creativiteit, gecombineerd met een stukje horeca, waar veel vraag naar is.”

Ornella Schreurs: “De Lutgartsite is een fantastisch concept. In de oude klaslokalen hebben intussen meer dan 40 starters huisvesting gevonden: van een naaiatelier en kunstenaars tot het OverKop-huis. Ze kunnen er tegen een laag bedrag hun eigen droom opstarten, om dan hopelijk door te groeien naar een andere locatie in de stad. Restaurant HenHen is daar een mooi voorbeeld van. Naast ruimte voor ondernemen komen er ook 160 wooneenheden op de site en onder meer een polyvalente zaal. Die hebben we vandaag nog niet in het centrum, terwijl daar veel vraag naar is.”
Thomas Vints: “Daarnaast is er ook de ontwikkeling van fase twee en drie van Bleyck Park, de oude zwembadsite. Ook daar zetten we niet alleen in op ruimte voor wonen, maar ook op ruimte voor economie om het centrum aantrekkelijker te maken.”
STERCK. Jullie werken ook met stadsleveranciers. Leg dat eens uit.
Thomas Vints: “Ere wie ere toekomt: dat hebben we een beetje afgekeken van Hasselt. Via een databank clusteren we de ondernemers in onze stad. Voor elke euro die we als overheid uitgeven, wordt eerst die lokale databank geconsulteerd. We proberen zoveel mogelijk met lokale ondernemers te werken. Uiteraard moeten we de vrije markt laten spelen, maar ze moeten minstens bevraagd worden. Er zijn intussen 270 ondernemingen geregistreerd. We hebben heel veel ondernemers op ons grondgebied, maar we kennen ze niet altijd even goed. Als stad geven we miljoenen euro’s uit aan goederen en diensten en daarvoor werken we graag met hen samen.”
Verdere ontwikkeling be-MINE
STERCK. Welke droom willen jullie deze legislatuur absoluut nog realiseren?
Thomas Vints: “Voor mij is dat de realisatie van de Lutgartsite, de Kanaal-site en Bleyck Park. Die sites liggen op een steenworp van elkaar. Vandaag zijn het nog plannen, maar we willen deze legislatuur minstens de aanzet geven voor de uitvoering. En dan is er nog een belangrijke ontwikkeling die me nauw aan het hart ligt: de verdere uitbouw van be-MINE, onze oude mijnsite die een internationale trekker moet worden. Als we die koppeling op een goede manier kunnen maken, zal dat een positief effect hebben op alle andere ontwikkelingen die hier plaatsvinden.
Van alle mijnsites in Limburg is be-MINE de enige die in haar totaliteit beschermd is. Met 100.000 m² is het de grootste industriële erfgoedsite van Vlaanderen. Een deel daarvan is al ingevuld met een retailpark, sport, horeca en erfgoedbeleving. De volgende jaren komt daar nog heel wat bij. Het Mijnmuseum was oorspronkelijk een initiatief van de laatste mijnwerkers zelf. De provincie gaat dit nu mee ondersteunen. De investering in de vernieuwing en uitbreiding van het erfgoedproject op de be-MINE-site bedraagt 41 miljoen euro. Het nieuwe mijnbelevingscentrum moet in het voorjaar van 2028 de deuren openen. Daarmee mikken we ook op internationale bezoekers. Vandaag is het Mijnmuseum met 35.000 bezoekers het derde meest bezochte museum van Limburg. In de toekomst mikken we op 100.000 tot 120.000 bezoekers per jaar. Dat is een aanzienlijke stijging. Het brengt mensen naar hier die ook moeten slapen en eten. Daar kan de hele omgeving mee van profiteren.”
Onze oude mijnsite be-MINE moet een internationale trekker worden.
Ornella Schreurs: “We tellen nu al één miljoen geregistreerde bezoekers op de site. In werkelijkheid zijn dat er wellicht nog veel meer. Er vinden ook een aantal grote evenementen plaats, zoals Garnizoen, en die bezoekers zitten niet allemaal in die cijfers. be-MINE zal een trekker voor de hele stad worden. Er zijn vandaag ook al een woonzorgcentrum, een school en kinderopvang gevestigd en er komt nog veel meer bij, met steun van de stad en de provincie.”

STERCK. En wat is jouw droom nog voor deze legislatuur?
Ornella Schreurs: “Ik heb vaak grootse dromen. Onze burgemeester moet die soms wat temperen (lacht). We zijn de derde grootste stad van Limburg, maar de mensen beseffen dat niet altijd. Het is mijn droom om Beringen nog meer op de kaart te zetten, zodat we in één adem genoemd worden met Hasselt en Genk.
En ik hoop dat mensen die nu naar Beringen komen voor be-MINE ook onze andere trekpleisters ontdekken. We hebben nog heel wat pareltjes, zoals het Koersels Kapelleke en de Paalse Plas. Er zijn ook nog heel veel plannen voor bijvoorbeeld de Avonturenberg op be-MINE. Ik hoop dat we binnen vier jaar kunnen terugkijken en zeggen dat Beringen dé stad van Limburg is. Je mag ambitieus zijn!”