Hang- en sluitwerk als motor voor vernieuwing
Een uitbreiding van liefst 23.000 m² en een gloednieuw kantoorgebouw: een veel sterker statement van het geloof in lokale verankering kan je als bedrijf niet maken. Bij Sobinco investeren ze dan ook vol overtuiging in de toekomst. De vier broers Van Parys zetten het levenswerk van hun ouders verder en plaveien stilaan ook het pad voor de derde generatie. Hun product: hang- en sluitwerk voor aluminium ramen en (schuif)deuren van volledige Europese makelij en populair tot in China.
Remi Van Parys was eind jaren 50 directeur van een ijzerwarenhandel in Waregem. Toen hij van zijn werkgever de vraag kreeg om een bedrijf in Congo op te starten, deed hij dat ook. Op het moment dat de Congocrisis uitbrak en het land op 30 juni 1960 onafhankelijk werd, keerde hij terug naar België, met heel veel ervaring over hang- en sluitwerk in de rugzak. Het zou de proloog van een familiaal topverhaal worden: Sobinco (Société Belge pour l'industrie et le commerce).
"Vader had veel oplossingen voor hang- en sluitwerk uitgetekend, besliste om er zelfstandig mee aan de slag te gaan en een toeleverancier voor de bouw te worden", vertelt Renaat Van Parys, de oudste van vier zonen van Remi en Paule Verhamme. "In die periode moesten schrijnwerkers hang- en sluitwerk nog zelf in ramen en deuren inbouwen, wat niet eenvoudig was aangezien die producten daar niet voor aangepast waren. Vader tekende hang- en sluitwerk uit dat wel aan Belgische profielen was aangepast en liet die aanvankelijk fabriceren in België en Duitsland. Het product sloeg snel aan, omdat het veel minder montagewerk vereiste."

Verticale integratie
Omdat hij geen controle op de kwaliteit en de levertijden had, startte Remi al na één jaar met eigen productie. "Op die manier legde hij de fundamenten van de verticale integratie die al rond 1970 mogelijk was", pikt Harold in. "Hij investeerde systematisch in meer mensen en machines en slaagde erin om alles in eigen beheer te doen: van de ontwikkeling van nieuwe of aangepaste producten, over de verwerking van ruwe grondstoffen tot een volledig afgewerkt eindproduct. Dat was geen simpele opgave, want het gaat om veel verschillende technologieën waarin je moet investeren en tegelijk ook alle knowhow in huis moet halen. Eigenlijk plukken we nu nog altijd de vruchten van de solide basis die toen is gelegd."
STERCK. Gebeurde dat allemaal al op de huidige site in Zulte?
Renaat: "Ja. We vonden een ideaal onderkomen vlakbij de spoorweg, op een site die zich niet meteen voor een residentiële invulling leende. Vroeger stopte de trein hier ook, nu is dat niet meer zo. Van transport per trein hebben we nooit gebruik gemaakt, wel is onze accommodatie door de jaren heen stelselmatig evenwijdig met de spoorweg uitgebreid."
STERCK. Jullie jeugd liep parallel met de eerste jaren van Sobinco. Hoe hebben jullie dat beleefd?
Harold: "We vonden als kind niets heerlijker dan op vrije momenten naar hier te rijden en op het voetbalveld dat voor de medewerkers achter de fabriek was aangelegd, te sjotten. Op dat grasveld hebben ooit nog pony's van ons gegraasd. Werk en gezin zijn in onze familie altijd naadloos met elkaar verweven geweest. Vader kwam toen nog alle zaterdagochtenden werken."
Renaat: "Het is nooit met zoveel woorden uitgesproken dat wij met vier broers in de zaak zouden komen, al lag dat ergens voor de hand. Toch hebben onze ouders daar nooit druk op gezet, laat staan dat ze onze studiekeuze zouden hebben beïnvloed. Het grappige is dat we alle vier economie hebben gestudeerd, met Christophe heb ik in Leuven zelfs nog samen op kot gezeten. Daardoor begrijpen we elkaar ook uitstekend: dezelfde familiale én academische achtergrond, alle vier in de zaak. Dat heeft de overdracht voor onze ouders vermoedelijk ook iets makkelijker gemaakt dan mochten één of meerdere van hun zonen een andere professioneel pad hebben bewandeld, al zouden ze daar perfect mee hebben kunnen leven."
- 5 continenten
- 60 landen
- 357 medewerkers in Zulte (circa 650 totaal)
- 1.120 orderlijnen per dag
- 74.000 m2 bedrijfsoppervlakte
- 225.000 geproduceerde artikels per dag
Portugese productie
STERCK. Tegenwoordig staat in veel familiale charters dat de volgende generatie eerst elders ervaring moet hebben opgedaan voor ze in de eigen onderneming kunnen komen. Hoe was dat bij jullie?
Renaat: "Ik ben op 1 april 1985 in de zaak begonnen. Na mijn studies heb ik nog een half jaar stage gelopen bij enkele bedrijven in de Verenigde Staten. Ergens had ik die periode nog willen verlengen, maar vader gaf aan dat hij stilaan een stuk van zijn verantwoordelijkheden wou delegeren. Omdat ik het reilen en zeilen binnen de firma nog niet zo goed kende, ben ik toen teruggekeerd. Tot op dat moment lagen alle kennis en beslissingen nog bij onze vader, hij moest voldoende tijd hebben om dat allemaal met ons te delen."
Harold: "Mijn instap dateert van 1990. Vlak nadat ik was afgestudeerd, opende Sobinco een tweede productiesite in Portugal. Ik ben een jaar naar daar getrokken om het bedrijf en de lokale cultuur beter te leren kennen. Het was een ideale kans om alles lokaal op te volgen. Vandaag ben ik nog altijd verantwoordelijk voor die site. Eigenlijk is dat, over 65 jaren Sobinco heen, de enige overname die we in al die tijd hebben gedaan. De keuze voor Porto was logisch: we kenden die toeleverancier, er was veel lokale kennis over aluminium gietwerk aanwezig en de loonkost lag er een stuk lager dan in België. Bovendien gaf dit ons de kans om de zuiderse markt te verkennen, konden we onze productiecapaciteit vergroten en maken ze daar hang- en sluitwerk dat iets lichter en goedkoper is dan in België. Omwille van het warmere klimaat moeten de producten daar aan iets minder eisen voldoen."
STERCK. Hebben jullie ooit overwogen om ook in Azië met productie te starten?
Harold: "Neen. In Zulte en Porto gebruiken we dezelfde processen en technologieën voor productie van ons eigen merk en sluitsystemen onder private label. We hebben alles bewust in Europa gehouden, omdat we zo ook de logistieke flow veel beter onder controle hebben. Op die manier zijn we van niemand afhankelijk. Door de toegevoegde waarde die we creëren inzake kwaliteit en service, is het nooit onze ambitie geweest om een prijsbreker te zijn."
Renaat: "Nooit is het bewijs over de meerwaarde van de verticale integratie zo duidelijk geleverd als tijdens de pandemie. Al onze grondstoffen komen uit Europa, we hadden die nog allemaal ter beschikking. Dankzij onze strategie kunnen we ons heel flexibel opstellen, inclusief het aanbieden van projectoplossingen en kleinere series. De huidige geopolitieke spanningen berokkenen ons dus geen hinder inzake toelevering van grondstoffen, maar de hogere energiekosten voelen we natuurlijk wel."

STERCK. Wie zijn de klanten van een fabrikant van hang- en sluitwerk?
Harold: "Wij omschrijven hen als de 'systeemhuizen'. Dat zijn fabrikanten die eigen profielsystemen voor ramen en (schuif)deuren ontwikkelen en daar onze passende sluitsystemen in integreren (Reynaers, Schüco, Aliplast,…). Als grootdistributeurs leveren zij die producten aan de eigenlijke ramen- en deurenmakers. Dat 'pakket' waar ons hang- en sluitwerk in is verwerkt, voldoet aan de hoogste kwaliteitseisen inzake wind-, water-, geluidsdichtheid en energieprestaties."
STERCK. België is een belangrijke markt, maar hoe bereiken jullie buitenlandse klanten?
Renaat: "Zulte is en blijft de hoofdzetel, dat zal ook in de toekomst zo blijven. Daarnaast hebben we drie vestigingen die over een aanzienlijke voorraad beschikken om van daaruit hun regio te beleveren. Dat zijn Polen, China en India. In China werken 22 mensen voor ons. We scoren er prima met onze producten, omdat het label 'made in Belgium' daar – terecht – als een echte kwaliteitsgarantie geldt."
Harold: "De kunst bestaat erin je goed te positioneren. China is een heel brede markt. In de lagere prijssegmenten kunnen we daar en elders weinig uitrichten. Door consistent onze sterke punten te benadrukken en zeker niet onder de prijs te gaan, zijn we erin geslaagd om in het premium segment een deel van de markt in te palmen. Uiteraard is dat geen verhaal dat je zomaar schrijft: we hebben dat stap voor stap gedaan. China hecht heel veel belang aan de kwalitatieve meerwaarde die Europese productie biedt. India loopt een stuk moeilijker. Het premiumsegment is daar veel beperkter, de nood aan hoogwaardige producten ligt er aanzienlijk lager."
STERCK. Hoe belangrijk is de Poolse hub?
Renaat: "Van daaruit bedienen we de integrale Oost-Europese markt. Sowieso hebben we in zo goed als elk Europees land eigen salesmensen en techniekers die voor de juiste ondersteuning zorgen. Dat is essentieel, want elke markt heeft zijn eigen kenmerken en specifieke normen voor profielsystemen, al vertrekken we bij de productie altijd van de strenge Europese eisen, die vooral op Duitse standaarden zijn gebaseerd. Voor de markt in het Verenigd Koninkrijk voldoen we aan de Pas 24-normering (veiligheidsnorm die de inbraakwerendheid van ramen en deuren test), voor de Verenigde Staten is de Windows Bomb Blast-standaard van belang (explosiebestendige ramen)."
Het label 'made in Belgium' geldt in China als een echte kwaliteitsgarantie.
Grootse uitbreiding
STERCK. Eind december heeft de site in Zulte een forse upgrade gekregen. Waarin hebben jullie geïnvesteerd?
Harold: "Nadat we mettertijd de site stelselmatig naar achteren hebben laten groeien, is de meest recente uitbreiding de grootste mijlpaal die we qua infrastructuur in die 65 jaar hebben gekend. Er is 23.000 m² productie- en opslagruimte bijgekomen. Daarnaast hebben we ook een multifunctioneel nieuw kantoorgebouw geplaatst, met een campus die zich uitstekend leent om verwerkers van onze producten op te leiden. Klanten kunnen onze site gebruiken als een 'visitekaartje' waarin ze grote salesmeetings laten doorgaan."
Renaat: "Het is voor iedereen aangenamer werken. In het nieuwe kantoorgebouw hebben we gewerkt met 'halve' verdiepingen, waardoor iedereen visueel contact heeft met de boven- of onderliggende zone. De grootste verandering zien we op productieniveau, waar we tot voor kort vrij krap zaten en eigenlijk zelfs geen ruimte hadden om nieuwe machines te plaatsen."
Harold: "We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om onze volledige productie- en logistieke flow te optimaliseren. Veel afdelingen zijn deels of volledig herschikt, de magazijnen zijn (deels) geautomatiseerd, software-ondersteuning en een ERP-systeem dragen bij tot een hogere efficiëntie. Er zijn een aantal volledig robotische werkstations voor een nieuw draai-kip-systeem dat we in onze oplossingen hebben geïntegreerd. Akkoord, het specifiek ambachtelijke werk is voor een stuk verdwenen, maar zeker voor kleinere series en sterke service op het juiste moment, zullen we altijd mensen nodig hebben. We blijven trouwens aanwerven."
Qua infrastructuur is de meest recente uitbreiding de grootste mijlpaal die we in die 65 jaar hebben gekend.
STERCK. Hoeveel innovatiepotentieel zit er in het product zelf?
Renaat: "Het hang- en sluitwerk van 1961 valt in niets te vergelijken met wat we vandaag op de markt brengen. Er is zelfs een enorm verschil tussen de huidige producten en die van tien jaar geleden. Dat heeft vooral te maken met de wens van de eindgebruiker naar grotere glaspartijen in gebouwen en bijna onzichtbare profielen. Tegelijk moeten de profielen een hogere belasting aankunnen en dus meer gewicht kunnen dragen. Die combinatie van aanzienlijk minder plaats en veel strengere eisen maakt het voor onze R&D-afdeling technisch heel uitdagend om daaraan te voldoen. Bovendien is het tegenwoordig veel moeilijker om, ook voor die functies, de juiste mensen te vinden. Al blijven we daar voorlopig wel goed in slagen."
Opvolging
STERCK. Intussen zijn de eerste drie telgen van de derde generatie al bij Sobinco gestart. Hoe verloopt dat?
Harold: "We zijn daar verheugd over. Tegelijk heeft het ons doen beseffen dat ook wij nood hebben aan een goed uitgewerkt familiaal charter, waarin de voorwaarden voor familiale opvolging duidelijk zijn uitgetekend. Een eerste vereiste is dat iedereen die deze ambitie koestert, eerst vijf jaar elders moet hebben gewerkt. Twee kinderen van Christophe en een dochter van Renaat voldoen al aan die vereiste en zijn intussen in de zaak gestart. Dat is, uiteraard, volledig hun eigen keuze."
Renaat: "Toen zij op haar vorige job de kans op een promotie kreeg, heeft mijn dochter geïnformeerd of er bij ons vacatures waren die haar goed zouden liggen. Dat was het geval, waarna ze de stap naar Sobinco heeft gezet. Tegelijk beseffen we dat het voor de volgende generatie vermoedelijk minder evident zal worden als voor ons."
Harold: "Klopt. Wij hebben het levenswerk van onze ouders zien ontstaan en vonden het logisch dat verder te zetten. We komen alle vier uit hetzelfde nest en hebben complementaire bevoegdheden, waardoor alles heel natuurlijk verloopt en we sporadische spanningen heel snel onderling uitklaren. De derde generatie bestaat intussen al uit elf neven en nichten. We streven ernaar een gezonde mix te vinden tussen familiaal en extern talent, want uit die laatste groep heb je natuurlijk ook instroom nodig. Om dat goede evenwicht te vinden, zijn we momenteel bezig om een raad van advies samen te stellen die ons daarbij kan helpen."
STERCK. Hoe zien jullie de toekomst?
Harold: "We blijven onze strategie van gestage, organische groei trouw. Daardoor zitten we nu aan een omzet van 80 miljoen euro. Tegen 2030 hopen we de kaap van de 100 miljoen te hebben gerond. We zijn nooit explosief, maar wel continu vooruitgegaan. Tegelijk moeten we ons dus ook klaarmaken voor de toekomst, onder meer met dat familiaal charter. Voor de neven en nichten die de derde generatie zullen vertegenwoordigen, zal dat sowieso anders aanvoelen dan voor ons, als broers."
Renaat: "We zijn onze vader, die vier jaar geleden is gestorven, nog altijd dankbaar voor de manier waarop hij de transitie heeft aangepakt. Hij is heel lang actief geweest, maar verstond de kunst van het loslaten en gaf ons veel verantwoordelijkheid. Tegelijk konden we altijd bij hem terecht voor advies, zonder dat hij zich daarbij ooit opdrong."
Als volbloed maakbedrijf vinden ze het bij Sobinco spijtig dat Europa eigen productie niet meer ondersteunt. "Dat hoeft zeker niet in de vorm van subsidies te zijn, maar het zou al enorm helpen mochten er initiatieven komen om de hoge energiekosten wat te verlagen. Ook zekerheid over aanlevering van materialen en grondstoffen zou de sector absoluut ten goede komen. Het zouden extra troeven zijn op de weg naar meer zelfbedruipendheid. Het is net deze periode van wereldwijde spanningen die Europa zou moeten aangrijpen om minder afhankelijk van de Verenigde Staten, Rusland en China te zijn en zich tot een baken van vertrouwen voor de eigen economie te ontpoppen", zegt Renaat Van Parys.