Verandering is de enige constante
Grisja Lobbestael, Stijn Van Eyken, Jolyce Demely & Eddy Teerlynck

Verandering is de enige constante

Sector - Debat industrie

De Vlaamse industrie staat op een kantelpunt, balancerend tussen onzekerheid en opportuniteiten. In een open debat delen vier stemmen hun visie: Grisja Lobbestael (Flanders Make), Stijn Van Eyken (DAF Trucks Vlaanderen), Jolyce Demely (Agoria Vlaanderen) en Eddy Teerlynck (Vika). Ze schetsen een sector die onder druk staat van geopolitiek, oplopende kosten en regelgeving, maar tegelijk over veel potentieel beschikt.

De setting van het gesprek is al bijzonder inspirerend: we ontmoeten ons panel bij Flanders Make in Kortrijk, waar innovatie en industrie elkaar dagelijks versterken. In de onmiddellijke omgeving liggen de campussen van West-Vlaamse hogescholen en universiteiten, naast het House of Manufacturing. Die concentratie van kennis, onderzoek en ondernemerschap creëert een unieke dynamiek. Het is precies in die kruisbestuiving tussen academische wereld en maakindustrie dat de toekomst van de sector vorm krijgt.

Grisja Lobbestael - Flanders Make

Na ruim 25 jaar ervaring in de industrie, waarvan een groot deel in leidinggevende functies, is Grisja Lobbestael sinds drie jaar CEO van Flanders Make. "Wij zijn opgericht om disruptieve innovatie te ontwikkelen en die zo snel mogelijk te vertalen naar de industrie. Dat doen we met 1.160 researchers, waarvan het merendeel verbonden is aan vijf universiteiten. De anderen werken in onze applicatiedivisies in Kortrijk, Lommel en Leuven. We bouwen daarbij maximaal bruggen tussen de academische wereld en de industrie, met als doel productieprocessen slimmer te maken en bedrijven via digitalisering en automatisering wendbaarder te laten opereren."

Stijn Van Eyken - DAF Trucks Vlaanderen

Ooit startte hij er als junior engineer, vandaag is Stijn Van Eyken al zes jaar algemeen directeur van DAF Trucks Vlaanderen in Westerlo. "Wij maken de cabines en assen voor de vrachtwagens die in de productiefaciliteiten in Eindhoven en Engeland van de band rollen. Met 2.000 medewerkers zijn we een van de grootste werkgevers van de Kempen. Drie jaar geleden werden we een Factory of the Future."

Jolyce Demely - Agoria Vlaanderen

Jolyce Demely fungeert sinds vijf jaar als algemeen directeur bij Agoria Vlaanderen. "Als technologiefederatie tellen we 2.500 leden, verspreid over alle mogelijke niches binnen de maakindustrie. Uniek is dat we ons positioneren op het kruispunt van specialisten in digitale technologie en maakbedrijven. We streven naar een zo gunstig mogelijk investeringsklimaat, ondersteunen ondernemingen bij sociale, juridische en andere vraagstukken, wijzen hen de weg voor subsidiedossiers en behartigen hun belangen bij alle stakeholders."

Eddy Teerlynck - Vika

Eddy Teerlynck vertegenwoordigt met echtgenote Els Viaene de tweede generatie binnen het familiebedrijf Vika. Er werken 120 mensen, verspreid over de net volledig vernieuwde vestiging in Gullegem en Houthalen-Helchteren. "We waren een pionier in het volledig op maat vervaardigen van kasten dankzij een hoogtechnologisch machinepark. We hebben ons productieproces eigenlijk gespiegeld aan hoe het er in de automotivewereld aan toe gaat. Onze keukens en interieurkasten leveren we via een dealernetwerk van keukenstudio's. Onze badkamermeubelen verdelen we via de sanitaire groothandels."

STERCK. Welk weerbeeld stemt het best overeen met de huidige situatie binnen de Vlaamse industrie?

Eddy Teerlynck: "Er dreigt onweer. Wij zijn dit jaar heel goed gestart, tellen veel tevreden klanten, maar voelen sinds half maart een omslag. Er leeft zware onrust over de stijgende grondstofprijzen. In onze markt gaan de prijzen van onder meer lijm en kantenband stevig omhoog. Bij de spaanplaten waren er binnen de maand zelfs twee prijsverhogingen."

Jolyce Demely: "Na een recessieperiode van vier jaar, ingeluid door corona, was de conjunctuuranalyse die we met Agoria begin januari 2026 maakten voorzichtig positief. Het conflict tussen de VS en Iran, met als orgelpunt de blokkade van de Straat van Hormuz, creëert veel onzekerheid. Dat leidt tot minder aanwervingen en twijfel om investeringen te doen, terwijl zeker dat laatste niet zou mogen stilvallen. Naast die continue geopolitieke uitdagingen heeft ook AI een impact. Bedrijven moeten zich heruitvinden om weerbaarder te worden en de AI-sneltrein niet te missen. Bepaalde industrieën gedijen hier momenteel moeilijker en zeker energie-intensieve bedrijven hebben het lastig."

Stijn Van Eyken: "Als deel van een Amerikaanse multinational voelden we in 2025 nervositeit over de importtarieven van Trump. Begin 2026 werd het rustiger op dat vlak. Transportbedrijven hebben nu evenwel last van hogere brandstofprijzen en stijgende rentes. Is dat zorgelijk? Voor de transportsector kan het dat zeker zijn, maar de transportsector is nu eenmaal cyclisch. Daarop zijn wij als onderneming voorbereid."

Grisja Lobbestael: "Het klopt dat de context vandaag uitdagend is, maar defaitisme is niet op zijn plaats. De Vlaamse industrie staat niet op omvallen. Integendeel, ze rust op sterke fundamenten. Wat wél veranderd is, is de voorspelbaarheid. We bevinden ons op een kruispunt waar verschillende structurele krachten samenkomen: stijgende kosten, een krappe arbeidsmarkt, demografische verschuivingen zoals vergrijzing en toenemende geopolitieke onzekerheid... Tegelijk voltrekt zich een ingrijpende technologische revolutie die de manier waarop we produceren, samenwerken en onze toeleveringsketens organiseren, fundamenteel hertekent. Dat maakt deze periode complex, maar ook veelbelovend."

"Voor ondernemingen betekent dit vooral één ding: wendbaarheid wordt cruciaal. Wie zich snel kan aanpassen, strategische keuzes durft te maken en innovatie omarmt, zal niet alleen deze fase doorkomen, maar er ook sterker uitkomen."

Nood aan marge

STERCK. Is innovatie de beste manier om daarmee om te gaan?

Jolyce: "Enerzijds slanken nogal wat bedrijven af, anderzijds merken we gelukkig wel wat investeringen, maar die situeren zich eerder op compliance-niveau dan op het vlak van industriële uitbouw. Innovatie is absoluut nodig, maar daarmee kun je de hoge loon- en energiekosten voor maximaal 30 procent compenseren. Bovendien heb je altijd voldoende marge nodig om te kunnen investeren. Gelukkig steunen veel bedrijven op een solide basis en kunnen velen op wat reserves terugvallen. De schaarste aan talent en de vergrijzing maken bijvoorbeeld investeringen in digitalisering en robotica vandaag cruciaal. Samenwerken binnen ecosystemen is hierbij van groot belang."

Met innovatie alleen kun je de hoge loon- en energiekosten niet compenseren.

Eddy: "Prijsstijgingen kun je moeilijk meteen doorrekenen naar de klant. Als bedrijf weet je dat er regelmatig (loon-)indexeringen komen, maar tegen wat de jongste jaren allemaal is gebeurd, kun je je onmogelijk volledig indekken. Je moet je als bedrijf financieel gezond weten te houden met doordacht ondernemerschap en door verder te blijven investeren. Als je te lang wacht, is een inhaalbeweging niet meer mogelijk."

Grisja: "Op het vlak van loonkosten zijn we nooit het goedkoopste land geweest en dat zullen we ook niet worden. De volatiliteit in energie- en grondstofprijzen helpt daar uiteraard niet bij. Net daarom geloof ik sterk in de kracht van innovatie en technologie om die nadelen op te vangen. Door supply chains slimmer te organiseren en gericht gebruik te maken van AI, kunnen bedrijven de impact van externe schokken aanzienlijk beperken. Dat vraagt natuurlijk wel dat je tijdig investeert en over de nodige middelen beschikt. Wie te lang wacht, komt onvermijdelijk in de problemen. We moeten de structurele uitdagingen blijven benoemen, maar zonder in een Calimero-reflex te vervallen."

Stijn: "We laten in België nog te veel kansen liggen op het vlak van samenwerking. Ons land is maar een spreekwoordelijke postzegel groot, we hebben heel wat producten en diensten letterlijk binnen handbereik, maar vinden elkaar nog te weinig. We moeten evolueren naar ecosystemen, niet alleen binnen de eigen sector. Dat zou navelstaarderij zijn. Vlaanderen is wereldwijd bekend om zijn doordachte aanpak, we kunnen meer bereiken als we nadrukkelijker de handen in elkaar slaan."

Ons land is maar een spreekwoordelijke postzegel groot, maar we vinden elkaar nog te weinig.

"Anderzijds kampen we met een enorme regeldruk. Diverse rapporteringsverplichtingen vreten aan onze innovatiekracht. De VS loven veel meer incentives uit voor bedrijven die hun doelen bereiken, terwijl Europa excelleert in regeltjes en eerder bestraffend dan belonend optreedt."

Politieke inertie

STERCK. Investeringen zijn vaak afhankelijk van vergunningen. Voelen jullie de belofte om sneller vergunningen te verstrekken al in de praktijk?

Eddy: "Neen. Wij hebben eind 2024 een dossier ingediend voor het optimaliseren van ons energieverbruik door de aankoop van batterijen. Pas nu, anderhalf jaar later, krijgen we groen licht. Ondertussen is door de evolutie in de energiemarkt ons plan al min of meer achterhaald. Een andere denkoefening dringt zich op."

Jolyce: "Politici tonen wel goede wil, maar zitten vast in inertie: er gaapt een kloof tussen wat ze willen en kunnen realiseren. De beleidsplannen zijn prima, maar liggen momenteel vooral stof te vergaren. Echte veranderingen voor de industrie zijn schaars, waardoor het wat morrelen in de marge blijft. De macht van het vrij logge administratieapparaat is vrij groot en heeft een andere doelstelling dan ondernemers, die vooral welvaart willen creëren. Dat maakt het voor bedrijven zeer lastig: zeker op dit kantelpunt zouden ze sneller moeten kunnen schakelen."

Grisja: "In China zijn ze niet per se slimmer, maar ze slagen er wel in om innovaties, zowel industrieel als maatschappelijk, veel sneller te implementeren. Daar verliezen wij terrein. Vlaanderen investeert terecht fors in R&D, maar de vertaalslag naar concrete uitvoering blijft te vaak achter, onder meer door versnipperde bevoegdheden over verschillende beleidsniveaus."

"Neem bijvoorbeeld de autonome binnenscheepvaart: het potentieel om via automatisering grote efficiëntiewinsten en nieuwe dynamiek te creëren, is enorm. In plaats van door te pakken, blijven we helaas te lang hangen in overleg, pilootprojecten en onduidelijke verantwoordelijkheden, ook op overheidsniveau. Als we die knoop niet sneller doorhakken, dreigen we opnieuw kansen te laten liggen."

Stijn: "Europa besteedt helaas veel meer aandacht aan de effectieve invulling van bepaalde eisen dan aan de functionaliteit ervan. Bedrijven zouden meer vrijheid moeten krijgen om bepaalde doelstellingen in te vullen. Vlaanderen pakte dat tot voor kort goed aan met de energiebeleidsovereenkomst: toegetreden energie-intensieve bedrijven moesten zich engageren om op hun eigen manier extra inspanningen inzake klimaatvriendelijkheid te leveren. Op dit moment wordt die benadering geëvalueerd en lijkt de politiek inspanningen meer aan ISO-normen te willen linken, terwijl het op zich heel succesvol was. Zo fnuik je innovatie. Vlaanderen staat bol van bedrijven die zich op nichemarkten focussen, maar je kan niet voor elke specifieke niche een apart regelkader uitwerken. Hoe meer we in een keurslijf worden geduwd, hoe minder ruimte voor creativiteit en innovatie."

"Europa is helemaal niet klaar voor de gevolgen van de eigen regelgeving. Bijvoorbeeld: er moeten tegen 2030 zo'n 400.000 elektrische trucks op de weg rijden om aan de ambitieuze CO2-doelstellingen te voldoen. De industrie is daar klaar voor, transporteurs staan in de startblokken. Alleen heb je dan wel door heel Europa honderdduizenden laadpunten én snellaadpunten voor trucks nodig. Die zijn er nu niet en het is maar de vraag of die tegen de deadline allemaal gerealiseerd kunnen zijn. Bovendien is er nu al netcongestie: waar ga je al die stroom voor vrachtwagens vandaan halen en hoe breng je het naar de juiste plek?"

Grisja: "Ik volg Stijn. CO2-reductie is absoluut nodig, maar geef de industrie de vrijheid om die te bereiken op eigen kracht. Automatisch zul je in de slipstream daarvan heel wat nieuwe initiatieven en spin-offs zien ontstaan."

Jolyce: "In Vlaanderen moeten bedrijven met een bepaalde energienood verplicht zonnepanelen leggen, maar dat is lang niet voor elke accommodatie de meest geschikte oplossing."

Er is enorm veel potentieel voor nieuwe businessmodellen, maar daarvoor heb je wel de innovatiemindset nodig.

'Stop & go'-beleid

STERCK. Europa lijkt te beseffen dat té groen willen zijn, de competitiviteit van onze bedrijven verzwakt. Hoe bekijken jullie die situatie?

Jolyce: "Dat is dubbel. Je kan iets minder streng zijn, maar tegelijk hebben heel veel bedrijven intussen geïnvesteerd in duurzame initiatieven. Het kan geen kwaad om dit even in vraag te stellen, maar alles helemaal terugschroeven zou geen goed idee zijn en tegelijk ook oneerlijk tegenover degenen die al voluit de groene kaart hebben getrokken."

Grisja: "De doelstellingen rond duurzaamheid zijn absoluut juist, maar ze mogen onze competitiviteit niet ondermijnen. Duurzaamheid zonder concurrentiekracht is geen houdbare strategie, de sleutel ligt in technologie die beide met elkaar verzoent. Daarom moeten ondernemingen voldoende ruimte krijgen om te innoveren en nieuwe, circulaire businessmodellen te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan toepassingen met 'field monitoring', waarbij je niet langer volledige producten vervangt, maar enkel het defecte onderdeel. Dat is tegelijk efficiënter, duurzamer en economisch sterker."

Stijn: "Niemand heeft baat bij een 'stop & go'-beleid, want dat creëert alleen investeringsonzekerheid. Als je nieuwe maatregelen in het leven roept, zorg dan vooral dat de juiste infrastructuur er is om die te ondersteunen."

STERCK. DAF Trucks en Vika hebben allebei het label 'Factory of the Future' behaald. Vanuit welke insteek zijn jullie met dat traject gestart?

Eddy: "Wij wilden in eerste instantie een foto maken van onze gehele organisatie en alle inspanningen die we sinds jaren hebben gerealiseerd eens in kaart brengen. Hoe toekomstbestendig zijn onze producten, onze mensen en onze software voor machinesturingen? Meedoen aan het traject Factory of the Future is een kritische blik toestaan op waar je als organisatie staat. Een doorlichting en zelfevaluatie toonden aan wat de sterktes en werkpunten binnen ons bedrijf zijn. Als ondernemer is het belangrijk steeds te gaan voor beter op alle vlakken: productie, digitalisatie, personeelsbeleid, ecologie, netwerken met de stakeholders… Door dit samen te doen, versterkte het doorlopen van het traject ons gehele team. We mogen stellen dat we opnieuw grenzen hebben verlegd. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar tegelijk ons inzicht in onze uitdagingen verscherpt."

Grisja: "Het verhaal van Eddy toont perfect waar echte innovatie ontstaat: op de werkvloer, bij mensen die elke dag met de processen bezig zijn en zelf verbeterkansen zien. Net daarom is het belangrijk om die ideeën niet alleen ruimte te geven, maar ze ook te versterken. Dat kan eventueel met externe expertise als hefboom."

"Een award winnen, zoals Factory of the Future, kan daarbij een echte katalysator zijn. Ik heb dat zelf gezien bij Sioen, dat die erkenning twee keer behaalde. Intern bracht dat een sterke dynamiek op gang: medewerkers voelden zich gezien en gewaardeerd voor hun inspanningen en groeiden uit tot trotse ambassadeurs van innovatie binnen het bedrijf. Zo'n label doet dus veel meer dan extern aanzien creëren, het zet ook intern mensen en ideeën in beweging."

Eddy: "Klopt volledig, ook bij ons heeft het voor extra dynamiek gezorgd. Daarom zijn we ons nu al aan het voorbereiden om na drie jaar het certificaat opnieuw binnen te halen. Klanten hechten er iets minder aandacht aan: zij willen vooral complete leverbetrouwbaarheid voor topproducten aan een juiste prijs. Dat is natuurlijk het resultaat van professioneel bezig te zijn op alle vlakken. Net dat is waar 'FoF' voor staat."

Stijn: "Toen mensen van Agoria onze plant jaren geleden kwamen bezoeken, hadden ze het gevoel dat we al een Factory of the Future waren. Het motiveerde ons om dat label te behalen. Sowieso is het een win-winsituatie. Je krijgt meteen een externe visie die helpt om op zeven fronten optimalisaties door te voeren. Naast die waardevolle ideeën versterk je ook je eigen team."

"Het certificaat veroveren is onmiskenbaar een sterke troef op het vlak van employer branding. Kijk, ik ben zelf van Westerlo. Veel mensen uit de streek kennen alleen de gevel van ons gebouw, maar hebben geen idee van het vernuft en de kennis achter die muren. Ik zie ons label ook als een manier om de waarde van STEM-onderwijs extra in de verf te zetten, want in Vlaanderen leeft dat veel minder dan in pakweg Eindhoven, dat amper 60 km verder ligt. Techniek en wetenschap studeren is geen straf, maar opent net nieuwe deuren. Dat willen we later dit jaar, als we de 60ste verjaardag van DAF Trucks Vlaanderen in Westerlo vieren, ook benadrukken."

Als je te lang wacht met investeren, is een inhaalbeweging niet meer mogelijk.

Durven springen

STERCK. Wat doet bedrijven nog twijfelen om ervoor te gaan?

Jolyce: "Als bedrijven de voorwaarden voor 'Factory of the Future' voorgeschoteld krijgen, denken ze te snel dat het geen spek voor hun bek is, wegens 'te hoog gegrepen'. Die vrees hoeft echt niet. Het is net als bij ondernemen: durf springen en doe het stap voor stap. Dan merk je dat het toch haalbaar is."

Stijn: "Wij staan nu aan de vooravond van ons hercertificeringstraject. Toen ik onlangs het rapport nog eens nalas, merkte ik dat we sinds het behalen van het label onbewust ondernemerschap zijn blijven tonen. Het is dus echt wel een vliegwiel naar blijvende innovatie. Bovendien hebben er zich nooit zoveel stagiairs aangediend als nu, ook de instroom van nieuw talent voor een permanente job is veelbelovend."

Jolyce: "Er hebben nu 84 bedrijven het label behaald. Dat is mooi, maar in de wetenschap dat we 2.500 leden tellen, zou Agoria (dat Factory of the Future organiseert samen met Sirris en ondersteuning door talrijke partnerfederaties) dit eigenlijk nog meer moeten kenbaar maken en promoten. Akkoord, in tijden van grote onzekerheid door de permacrisis gaat het gepaard met investeringen, maar net deze blijven cruciaal om toekomstbestendig te blijven."

STERCK. Met welk gevoel kijken jullie naar de toekomst van de Vlaamse industrie?

Grisja: "Het spel is allerminst gespeeld, integendeel. Er ligt nog enorm veel onbenut potentieel in nieuwe businessmodellen en opportuniteiten, maar dat vraagt wel een echte innovatiemindset. Te vaak zien we bedrijven vasthouden aan de overtuiging dat de aanpak van vorige generaties vandaag nog volstaat. Op een bepaald moment raakt elke werkwijze echter achterhaald. Net dan maakt het verschil of je durft te schakelen en te vernieuwen."

Jolyce: "Wendbaar zijn én blijven is de competentie van de toekomst. Het is een eigenschap die in elk leerplan van het onderwijs de nodige stimuli zou moeten krijgen én waar ook het overheidsapparaat blijk van zou moeten geven. Een op papier veelbelovend beleid wordt te veel door de administratieve molen afgeremd en dreigt zo in een moeras te verzanden."

Eddy: "Verandering is de enige constante in onze industrie. Je moet jezelf voortdurend in vraag blijven stellen, want de concurrentie slaapt nooit. Vooruitgang bereik je niet in één dag, maar is een proces van elke dag opnieuw één stap in de goede richting te zetten. Je moet de structuur van je onderneming daarop voorbereiden en iedereen binnen je organisatie meekrijgen."

Stijn: "De industrie in Vlaanderen staat sterk. Het komt er meer dan ooit op aan te investeren in goed gestructureerde ecosystemen van ondernemingen uit verschillende sectoren, die elkaar op de een of andere manier vooruithelpen. De belangrijkste voorwaarde om dat te kunnen realiseren, is voldoende regelruimte krijgen: dat zou onze wendbaarheid enorm bevorderen."

Top5 meest gelezen
    Top5 gedeelde artikels