TOONAANGEVEND IN (LAND)BOUWMACHINES
Luc Nauwynck
& Paul Snauwaert
CNH Industrial

TOONAANGEVEND IN (LAND)BOUWMACHINES

Bedrijfsprofiel - CNH Industrial

3000 medewerkers in West-Vlaanderen – waaronder de grootste R&D-divisie van de provincie – binnen een verticaal geïntegreerde organisatie en een onmiskenbare meerwaarde voor de landbouwmarkt: eigenlijk schieten superlatieven te kort om de meerwaarde van CNH Industrial voor de (West-) Vlaamse economie te omschrijven. Dat zet de fabrikant van bouw- en landbouwmachines nog eens extra in de verf met de lancering van de meest innovatieve maaidorser ooit.

CNH Industrial groeide in de voorbije tientallen jaren uit tot een krachtige multinational. “Onze roots bevinden zich in Zedelgem, waar de familie Claeys ooit begon met de productie van kleine landbouwmachines. De eerste zelfrijdende maaidorser, geïntroduceerd in 1952, was een mijlpaal in de agrarische sector. Sindsdien zijn we in dat segment nog altijd een onbetwiste mondiale marktleider, met een enorme innovatiefocus”, verduidelijkt Luc Nauwynck, HR-directeur voor de Benelux.

Epicentrum

Zedelgem is en blijft een belangrijk epicentrum van de organisatie. “Hier zijn 3000 mensen betrokken bij de productie van hakselaars, balenpersen en maaidorsers. Zowat 400 van hen maken deel uit van de R&D-afdeling: die bedenkt en ontwikkelt ook andere modellen, die in onze andere productieafdelingen wereldwijd worden gemaakt. Voor onderzoek en ontwikkeling werken we intens samen met Flanders Make, universiteiten, hogescholen, ingenieursbureaus en startups. Dankzij die kruisbestuiving leren wij veel over nieuwe technologieën, die we vervolgens in nieuwe machines kunnen toepassen”, vult Paul Snauwaert aan. Hij werkt, vanuit zijn brede ervaring in engineering en innovatie, op pensioengerechtigde leeftijd nog altijd als adviseur voor het bedrijf.

De situering in Zedelgem is van cruciaal belang voor de West-Vlaamse economie. “80% van onze medewerkers woont in een straal van 30 km rond het bedrijf. Naast de mensen op onze eigen payroll, zijn we onrechtstreeks verantwoordelijk voor de welvaart van 20.000 Vlamingen, mede door de tewerkstelling ook bij onze leveranciers”, verklaart Luc. “We hebben trouwens ook een afdeling in Antwerpen, waar 1000 mensen betrokken zijn bij de productie van hoogtechnologische onderdelen en aandrijflijnen voor zusterbedrijven in Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk.”

Digitalisering

Essentieel is de verticale integratie. “We beschikken over een eigen plaatwerkerij, las- en schilderafdeling… Het zorgt ervoor dat onze mensen het product effectief zien groeien binnen het bedrijf. Dankzij die aanpak zijn de communicatielijnen altijd kort. Door de jaren heen zijn onze producten geëvolueerd van puur mechanische toestellen naar creaties waar elektronica van doorslaggevend belang is geworden. De digitale aansturing, gps, de draadloze communicatie voor de uitwisseling van data tussen de machines en het centraal platform,… illustreren dat perfect. Eigenlijk transformeren ze stilaan naar robots, die op termijn vermoedelijk zelfs onbemand zullen kunnen functioneren.”

Een belangrijke uitdaging blijft de brandstofdiscussie. “Tractoren tot 100 pk kan je nog elektrisch aandrijven, maar voor maaidorsers die per dag 1000 liter brandstof nodig hebben, is dat momenteel onmogelijk. Ook daarom is het cruciaal dat we, in samenwerking met andere kennispartners, de machine op basis van technologie zo performant mogelijk maken.”