We zijn goed bezig, maar te bescheiden
Carina Van Cauter
& Carl Decaluwé
De Dubbel

We zijn goed bezig, maar te bescheiden

De Dubbel - Carina Van Cauter & Carl Decaluwé

Een gouverneur is zowel commissaris van de Vlaamse als de federale regering en draagt cruciale bevoegdheden op het vlak van openbare orde en veiligheid, noodplanning en crisisbeheer en toezicht op lokale overheden. Als voorzitter van de deputatie, zijn ze ook het gezicht van het provinciebestuur. Hoog tijd om Carina Van Cauter en Carl Decaluwé, respectievelijk gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen, eens samen te brengen. “Mensen onderschatten wat de provincie ook voor ondernemingen doet.”

Carl Decaluwé is gouverneur sinds 1 februari 2012, Carina Van Cauter bekleedt het ambt sinds 1 september 2020 en nam de handschoen dus op in volle coronacrisis.

STERCK. Met welk gevoel kijkt u vandaag naar uw provincie?

Van Cauter: “Zelfs binnen de huidige moeilijke (geopolitieke) context, is Oost-Vlaanderen op economisch vlak relatief succesvol. Twee havens (North Sea Port en de Waaslandhaven) zorgen voor veel toegevoegde waarde en een hoge tewerkstellingsgraad (22.000 bij North Sea Port en 47.500 bij Waaslandhaven). Cruciaal is dat we veel aandacht blijven koesteren voor onze basisindustrie. We hebben daar als extra troef de samenwerkingen met de kennisinstellingen en de vele technologische innovaties, die ook onze basisindustrie een voorsprong geeft op het vlak van innovatie en productiviteit. Zo werd er in 2024 in Oost-Vlaanderen liefst 647 miljoen durfkapitaal geïnvesteerd in technologiebedrijven. Onder meer clean tech en health tech scoren uitstekend. Qua tewerkstellingsgraad scoren Oost- en West-Vlaanderen nagenoeg evengoed, met 78,9% gemiddeld over de laatste vijf jaar in Oost- en 78,7% in West-Vlaanderen.”

Decaluwé: “Ook in West- Vlaanderen gaat het vrij goed, al kunnen we er niet omheen dat het uitdagender is dan een aantal jaar geleden. Onder meer de geopolitieke context maakt alles een stuk complexer. Sommige bedrijven die getroffen zijn door de hogere invoertarieven in de Verenigde Staten, overwegen om over de grote plas een eigen productie-entiteit op te starten. Alleen: dan moeten ze ook voor machines die ze naar daar overhevelen, vaak importtarieven betalen. De mate waarin ondernemingen hinder ondervinden, varieert sterk van sector tot sector. De basisindustrie heeft het niet onder de markt en voelt minder rechtszekerheid door het vergunningenbeleid. De opbouw van een nieuwe economische cluster in Duinkerke creëert een groot spanningsveld op de sowieso al krappe arbeidsmarkt. Het illustreert dat we waakzaam moeten zijn om onze bedrijven voldoende te ondersteunen, bijvoorbeeld door de creatie van extra ruimte om te ondernemen, al is ook dat tegenwoordig geen evidentie.”

Ventilus

STERCK. Hoe uitdagend is het energievraagstuk voor onze bedrijven?

Van Cauter:“Zeker ondernemingen die tot de basisindustrie behoren, hebben veel energie nodig. De hoge energieprijzen zijn daarbij nefast voor hun concurrentiepositie, maar daar zijn geen pasklare oplossingen voor.”

Decaluwé: “Bij ons is er al enorm veel inkt gevloeid over het Ventilus-project, maar dat moét er gewoon komen. Zeker onze ondernemingen die actief zijn in diepvriesvoeding, hebben daar echt wel nood aan.”

STERCK. Hoe belangrijk is de rol van de POM’s in beide provincies?

Decaluwé: “Het is de missie van de POM om ondernemerschap te versterken door bedrijven, kennisinstellingen, beleidsorganen en sociale partners te verbinden. Zo bouwt ze samen met partners mee aan een sterke, duurzame en toekomstgerichte economie. In West-Vlaanderen ondersteunen we innovatie en technologische vooruitgang vooral in speerpuntsectoren zoals nieuwe materialen, voeding, blauwe energie, machinebouw, drones, ‘digitale gezondheid’ en duurzaam bouwen. Daarnaast maakt de POM data en kennis toegankelijk voor bedrijven en lokale overheden, wat hen helpt om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen. In de agro-voedingsindustrie halen bedrijven uit die sectoren onrechtstreeks voordeel uit initiatieven zoals Inagro en Agrotopia. Ook het Food Innovation Park en de Blauwe Cluster aan de kust fungeren als essentiële hefbomen. De POM zal nooit individuele bedrijven ondersteunen.”

We moeten blijvend inzetten op rechtszekerheid en een procedurebestendig omgevingskader voor onze ondernemers.

Van Cauter: “Onder meer voor de reconversie van verouderde sites van ondernemingen en de herontwikkeling van bedrijventerreinen is de POM onmisbaar. Hoewel de perceptie heerst dat Vlaanderen ‘volgebouwd’ is, ben ik ervan overtuigd dat het mogelijk moet zijn om zeker voldoende ruimte vrij te maken om te ondernemen, bijvoorbeeld door de herbestemming van grond voor industrie. Daarnaast moeten we blijvend inzetten op rechtszekerheid en een procedurebestendig omgevingskader voor onze ondernemers.”

“We beschouwen Oost-Vlaanderen als een ‘innovation playground”, waar nieuwe ideeën groeien en nieuwe plannen vlot in elkaar klikken. We gaan er prat op in zes sectoren echt uit te blinken: zorg, materialen, slimme logistiek, digitaal, bio-economie & cleantech, agro en voeding.”

Havenprovincie

STERCK. Wordt de rol die de provincie speelt om ondernemerschap te stimuleren, onderschat?

Decaluwé: “Absoluut. Het is niet zo bekend wat de provincies op dat vlak doen, omdat het misschien niet zo sexy is om daarover nieuws te brengen. Ik durf te zeggen dat we op provinciaal niveau bestuurlijk goed werk leveren, financieel gezond zijn en weinig ruzie maken. De POM creëert bijvoorbeeld ruimte en infrastructuur waar ondernemingen kunnen groeien. Denk maar aan multimodale platformen (via de Duurzame Logistieke Werkvennootschap), duurzame bedrijventerreinen en vernieuwende testfaciliteiten, of de begeleiding van zelfstandigen bij lokaal ondernemen (bijvoorbeeld detailhandelaars via dochter KERNpunt of OC West) en internationaal ondernemen. Alleen zijn we te nederig om daarmee uit te pakken. We mogen in West-Vlaanderen dan misschien geen eigen universiteit hebben, maar hebben wel twee hogescholen en zien hoe UGent en KU Leuven al jaren in onze provincie investeren.”

Van Cauter: “We zijn inderdaad te bescheiden. Vraag aan mensen wie voor hen de havenprovincie bij uitstek is en velen zullen spontaan aan Antwerpen denken, terwijl Oost-Vlaanderen dus twee havens telt en ook West-Vlaanderen heel watergebonden is. Als link tussen de federale, de Vlaamse en de lokale overheid, spelen we als gouverneurs ook een essentiële rol in de beveiliging van de omgeving, zowel fysiek als digitaal. Daarnaast pakken we ook sluimerende problemen aan zoals de drugscriminaliteit en de externe en interne veiligheid in havens. Die veiligheidswaarborg is voor bedrijven erg belangrijk.”

Carina Van Cauter BIO
CARINA VAN CAUTER


  • 63 jaar
  • Tot 2020
    Advocaat bij kantoor
    Van Tittelboom – Van Cauter
  • 2000 - 2007
    Provincieraadslid
  • 2004 - 2006
    Gedeputeerde voor milieu,
    communicatie en toerisme
  • 2006 - 2007
    Gedeputeerde voor sport,
    stedenbouw en personeel
  • 2007 - 2019
    Volksvertegenwoordiger
  • 2019 - 2020
    Vlaams Parlementslid
  • 2019 - 2020
    Deelstaatsenator
  • Sinds 1 september 2020
    Gouverneur Oost-Vlaanderen

STERCK. Welke projecten verdienen in de toekomst extra aandacht?

Decaluwé:“We zijn er bij ons nog niet in geslaagd om echt werk te maken van een fusie van politie- en veiligheidszones. Dat komt door een combinatie van bestuurlijke, politieke en praktische factoren. De provincie telt vandaag 19 lokale politiezones en 4 hulpverleningszones. Vooral bij de politie stuit schaalvergroting op weerstand van burgemeesters, die hun lokale autonomie, nabijheid en beslissingsmacht niet willen verliezen. Fusies zijn bovendien grotendeels vrijwillig, waardoor een dwingend kader ontbreekt. Financiële onzekerheid speelt eveneens mee: lokale besturen vrezen hogere kosten of een ongelijke verdeling van middelen. Daarnaast vergen fusies complexe afstemming rond personeel, IT-systemen en werking, wat tijd en energie kost. Ook binnen de politiediensten zelf leeft twijfel over verlies aan identiteit en werkcomfort. Hoewel grotere zones efficienter zouden kunnen werken en meer specialisatie toelaten, ontbreekt voorlopig voldoende draagvlak om het proces echt te versnellen.”

Van Cauter: “Wij staan op dat vlak wat verder, al is er ook bij ons nog heel wat werk aan de winkel. In de vorige legislatuur konden we al drie fusies van politiezones realiseren. Een fusieprotocol en voorbereidende maatregelen zijn aanwezig om dit verder uit te rollen, waarbij we er wel absoluut over blijven waken dat de politie dicht bij de mensen staat. Ik ben ervan overtuigd dat je, net door de schaalvergroting, de burger beter kan bedienen. De problemen zijn complexer geworden, je moet ook binnen de politiezorg kunnen specialiseren om de burger effectiever te helpen.”

Carl Decaluwé BIO
CARL DECALUWé


  • 65 jaar
  • 1989 - 2000

    Eerst bestuurslid, later ondervoorzitter van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij

  • 1995 - 2012
    Lid van het Vlaams Parlement
  • 1999
    Gemeenschapssenator
  • 2001 - 2012
    Gemeenteraadslid Kortrijk
  • 2004 - 2012
    Ondervoorzitter Vlaams Parlement
  • Sinds 1 februari 2012
    Ondervoorzitter Vlaams Parlement

STERCK. Hoe ervaart u het gouverneurschap?

Van Cauter: “Gouverneurs zijn de enige ambtenaren die op elk niveau een rol te spelen hebben. Van de eedaflegging en de ‘coaching’ van burgemeesters over grote infrastructuurprojecten rond helpen krijgen: we kunnen echt wel een verschil maken, onder meer door samenwerking tussen verschillende departementen en beleidsniveaus te helpen faciliteren. Op die manier helpen we de schwung in dossiers krijgen, denk bijvoorbeeld aan de toekomst van het viaduct van de E17 in Gentbrugge.”

Decaluwé: “Dit is de meest fantastische job die ik ooit mocht doen, ergens zal het wel pijn doen als ik in oktober van deze functie afstand moet nemen wegens mijn pensioen. Zo koester ik van jongs af een diepgewortelde passie voor de zee, een domein waar je als gouverneur toch behoorlijk wat bevoegdheden hebt. Niet toevallig stond de Noordzee als ‘elfde provincie’ centraal in mijn rede van vorig jaar. We hebben ook heel wat contacten met alle niveaus, van lokaal over gewestelijk tot federaal. Neem de provincies weg en je mist een cruciaal klankbord om de noden van de burgers tot in Brussel bekend te maken. Daarnaast hecht ik veel waarde aan het wijdvertakt internationaal netwerk dat ik via deze functie kon uitbouwen.”

“Wij werken dikwijls ver weg van de media, in alle stilte. We praten geen dossiers kapot en staan in samenwerking met de procureur-generaal ook in voor de bestuurlijke coördinatie van het veiligheidsbeleid.”

OOST VERSUS WEST
  West Oost
Werkzaamheid bij 20- tot 64-jarigen 78,7 % 79,1 %
Verouderingscoëfficiënt 160 128
Spanningsratio arbeidsmarkt 2,8 3,7
Pendelaars 10 % 18 %
Jobratio (aantal jobs per 100 inwoners) 79 72
Beroepsbevolking (2022) 563.979 756.947
Niet-beroepsactief segment (2022) 176.716 242.813
Loontrekkenden (2022) 437.565 601.928
Zelfstandigen (2022) 103.234 117.556
Opgerichte ondernemingen (2024) 12.314 16.108
Stopzettingen (2024) 10.453 13.479
Gemiddeld netto belastbaar inkomen (2022) 22.962 23.853
Welvaartsindex (2022, België = 100) 105 110

STERCK. Initieert u ook zelf bepaalde projecten?

Decaluwé:“Zeker, op die manier realiseren we dingen waar we terecht trots op mogen zijn. Zo zijn we er in mijn beginperiode in geslaagd om de grenscriminaliteit die op dat moment welig tierde in Zuid-West- Vlaanderen – 25 ramkraken per maand waren niet uitzonderlijk – in te dijken, onder meer via een cameraschild met een provinciale server. Op vlak van zwerfvuil zijn ook grote sprongen voorwaarts gemaakt, wat recent een schitterend verlengstuk kreeg met de campagne Mooimakers. Daarnaast zijn we erin geslaagd om de haven van Zeebrugge strategisch te versterken tegen illegale migratie, georganiseerde criminaliteit en andere risico’s, grotendeels gefinancierd door de Britse overheid en Europese veiligheidsfondsen. Op die manier is het West-Vlaams gedeelte van Port of Antwerp- Bruges naast een economische motor ook een veilige, goed gecontroleerde Europese toegangspoort.”

Van Cauter: “Er is veel om trots op te zijn: de verhoogde veiligheid in de havens, de eerste fusies van politiezones, de krachtige ondersteuning van lokale besturen bij noodsituaties, enzovoort. Het verheugt me vooral dat we over partijgrenzen en disciplines heen een heel goede samenwerking helpen faciliteren en op die manier de leef-, woon- en werkomstandigheden voor de burger beter helpen maken.”

“De manier waarop over provinciegrenzen heen wordt gecommuniceerd en samengewerkt bij rampsituaties, is eveneens onmisbaar. Onder meer bij grote wateroverlast is goed overleg enorm belangrijk om elkaar niet in de problemen te brengen. Als duizenden woningen in overstromingsgevaar zijn en je slaagt er dankzij een mix van overleg en correcte interpretatie van data in om die dreiging in te dammen, geeft dat een goed gevoel.”

De opbouw van een nieuwe economische cluster in Duinkerke creëert een groot spanningsveld op de sowieso al krappe arbeidsmarkt.

STERCK. Conclusie: beide provincies zijn geen concurrenten, maar halen hun kracht net uit de complementariteit?

Van Cauter: “Klopt. Wij hebben een hoger kennisprofiel en zijn veel meer een pendelprovincie, terwijl West-Vlaanderen zich in de arbeidsmarkt kenmerkt door een sterkere lokale verankering. Waar onze ‘westerburen’ zich onderscheiden door meer zelfstandigen in hoofdberoep en een hogere industrialiseringsgraad, telt Oost-Vlaanderen meer universiteitsinschrijvingen. Met ArcelorMittal en Volvo Cars hebben we wel de grootste industriële maakbedrijven van België op ons grondgebied. De staal- en auto-industrie in België zijn bijna uitgestorven, behalve in Oost-Vlaanderen.”

Decaluwé: “Door die verschillende sterktes en uitdagingen vullen we elkaar inderdaad goed aan. De echte winst zit in betere mobiliteit, betere matching en een gezamenlijke aanpak van talent en krapte. Daar moeten we blijven op inzetten.”

Top5 meest gelezen
    Top5 gedeelde artikels